donderdag 9 september 2010

Brouwers Tours

Brouwers Tours Noordwijk
HET TOUR- & ARBEIDERSVERVOER
(anno eind jaren ‘60 van de vorige eeuw).

Introductie
Het is internet collega en BOVA-specialist Frans Aangevaare geweest die me via zijn site http://franssphotos.fotopic.net/ mij op het been heeft gezet om eens in de herinneringen te graven. Frans toont in zijn album onder de rubriek “Brouwer’s Tours” verscheidene foto’s van bussen die in mijn tijd aldaar een rol speelden. Een ware opsteker voor mij omdat foto’s maken in die tijd niet of nauwelijks tot de mogelijkheden behoorde, deels door het drukke werk, deels omdat er gewoon niet aan werd gedacht dit soort zaken via de camera vast te leggen. Mede doordat Frans een album maakte over de bussen van BEUK kwamen de herinneringen weer boven drijven. Immers, BEUK was nu eenmaal een concurrent die ook actief was in de schitterende badplaats met de naam NOORDWIJK.!
We zijn Frans Angevaare dan ook buitengewoon dankbaar omdat hij mij weer op het spoor heeft gezet om de herinneringen van Brouwer’s Tours in de jaren 1960 weer op te frissen en eindelijk een aan het papier toe te vertrouwen. Eveneens een woord van dank aan ons teamlid Jack van Nieuwenhuizen die erg veel speurwerk verrichtte om nog wat oude foto’s van de BT-bussen boven water te krijgen.


Een Brouwerse geschiedenis.....
Over veel vervoerbedrijven kunnen we veel vertellen zo ook over de vele particuliere vervoerders. Het Autobusarchief heeft er al aardig wat van op het net gezet doch van één bedrijf weten we niet zoveel. Het gaat over een bedrijf dat heden ten dage volop actief is namelijk Brouwer’s Tours b.v. Over dit 80 jarige bedrijf zal van de laatste 25 jaar wel genoeg te vertellen zijn maar over de jaren zestig uit de vorige eeuw zal dat moeilijker zijn. Omdat ik in die tijd bij Brouwer werkzaam was en wetende dat er uit die tijd bijna niets voor de geschiedenis werd vastgelegd, zal ik trachten via mijn herinneringen wat gedetailleerde flitsen aan het papier toe te vertrouwen. Het doet me dan ook een genoegen om u mee te nemen naar Brouwer’s Tours medio 1960 en het beging van de ‘70er jaren. Het was ook de tijd dat Brouwer’s Tours in de tourondernemer Buitelaar participeerde waardoor diverse bussen in de kleurstelling van Brouwer rondreden met de naam BUITELAAR erop. Het was een tijd waarin tweede, derde en zelfs vierde hands materieel hoogtij vierde en handarbeid en eigen initiatief een grote rol speelde. Ik heb geprobeerd zoveel mogelijk herinneringen zo gedetailleerd mogelijk weer te geven, over de bussen, het werk, de omstandigheden en alles wat er nog bij komt kijken. Door dit verhaal op te tekenen hopen wij mensen te bereiken die ons kunnen helpen met de nodige aanvullingen, foto’s en.... nog veel belangrijker dat de familie Brouwer dit verhaal mag gebruiken om de jongens van Cees Brouwer zich die tijd laten herinneren.
De NZH-4, de latere BT-4.

Het werken bij Brouwer’s Tours was alsof je deel uitmaakte van de familie. Een destijds ouderwets bedrijf, een werkplaats, een spuiterij, een grote vogelkooi, een smederij en een kantoor.
Hard werken, veel lol maar met een steevaste traditie: de tweede helft van de vrijdagmiddag werd het werk stilgelegd, naar kantoor om even bij te praten met een gebakken vis, een zure bom en een biertje. Zo was het leven in die tijd in Noordwijk, een leuke nostalgische tijd die zeker niet in de vergetelheid mag geraken.!
In de statige Voorstraat in Noordwijk (binnen) bevond zich een uit een bollenschuur omgebouwd woonhuis annex spuiterij. Verder was er een magazijn met vele onderdelen daterend van ver de Tweede Wereldoorlog. Aan de Zeestraat bevond zich een grote werkplaats met een werkput, een deel waar de motorrevisie plaatsvond, een onderhoudswerkplaats, een smederij en een kantoor. Naast de garage was er een ruimte waar de trouw/begrafenis auto’s konden worden ondergebracht. Op het terrein voor de garage was bij de ingang een plek vrijgehouden om er bussen te stallen die op renovatie stonden te wachten. Verder was er een afscheidingsmuur waar lange tijd de buiten dienst gestelde Büssing bussen stonden opgesteld en aan de andere zijde van het terrein stond een rij sloopbussen waarvan steeds de nodige onderdelen werden geplukt die nodig waren om de rijdbare bussen gaande te houden. Deze bonte verzameling gebouwen vormde de busonderneming Brouwer’s Tours in de jaren 1960.
Het was in de tijd dat ik bij de tourondernemer Brouwer’s Tours in Noordwijk werkte. Het was een tijd dat het bussenbestand aldaar voornamelijk bestond uit gebruikte bussen. Op het achterterrein stond een rij sloopbussen waaronder de BT-8. (BT- betekent Brouwer’s Tours) Deze bus werd door de medewerkers de “fluwelenbus” genoemd vanwege de fluwelen bekleding van de stoelen. Verder stonden er een tweetal Büssing bussen die buitendienst waren gesteld vanwege terugkerende problemen met de motoren.

Ik herinner me tenminste een vijftal sloopbussen waaronder een Büssing 5000TU, de NB-05-89 met een Den Oudsten carrosserie, de BT-7, een Bedford SBG PB..-..-.. met een Van Rooijen opbouw, de BT-8. Verder stond er nog een bus, een Magirus Deutz, de NB-80-72 met een vreemde opbouw van de firma Hoogeveen, de BT-9.
Verder herinner ik me nog een neusbusje die tussen de sloopbussen stond en gezien de staat waarin deze verkeerde, al heel en heel lang.! Er naar informeren bracht echter niet op. Als ik in het wrak stond was alles met een laag mos bedekt. Ik wist dat het ging om een busje met een Amerikaanse motor. Nader onderzoek leverde de volgende gegevens op: het bleek te gaan om de BT-4, de H 85477, een Studebaker uit 1947 (ex-Citosa-273), eigenlijk gebouwd in 1937.! De opbouw was van Beijnes. Het ging om de ex-NZH nummer 4, die pas in 1969 werd gesloopt. Dat ik dit stukje nostalgie nog mocht hebben meegemaakt doet deugd, een busje uit 1937 dat 32 jaar later z’n einde vond.!
De twee Büssing-bussen die terzijde stonden waren de BT-11 en de BT-12 beiden met een Van Rooijen opbouw. Ze waren van het type TU5 en de BT-12 had het kenteken TB-31-57.
De fraai ogende BT-8.
Verder was er een oude Van Hool van het reisbureau Metaal en een blauw-witte König bus inclusief met een Perkins dieselmotor, die in bepaalde hoeken van het terrein waren gestald.
De “Metaal”-bus was de BT-35, de SB-68-63, een DAF B1500 DL580, een Van Hool Hentocar die bij Metaal onder het parknummer ‘16' reed.
De blauw-witte König met de Perkins diesel was de ex- Van der Werf nummer 11 en stond te boek als de BT-37, TB-18-91. Deze wagen was gebouwd in 1955 maar werd niet meer ingezet.
Het lag in de bedoeling de ex-Metaal bus en de blauw-witte König op te knappen, doch onvoorziene problemen verhinderde dit echter (hier later meer over).

De bussen die in bedrijf waren, waren van verschillende pluimage, de meeste met Leyland , DAF, Bedford en Mercedes-motoren. Verder een leuke bus met een Bedford benzine motor en een grappig Bedfordje met een neusje.
Dit laatste busje was de BT-28, een Bedford van het type J5-LZ1, de UB-98-46 met een opbouw van Smit Appingedam.
Verder was er een leuk busje, de BT-34, een Mercedes van het type O 321H met een Roset opbouw gelijkend aan de BT-26. De wagen had het kenteken TB-75-98 en was gekocht van de firma EVAG waar de bus onder nummer ‘62' dienst deed. De BT-34 bood aan 22 passagiers plaats en was een wagen om met plezier mee te rijden.
Ook op deze bussen komen we in het verloop van dit verhaal nog op terug. Verder waren er nog een reeks bussen aanwezig, weet me nog twee wagens te herinneren met een carrosserie van de firma Smit, de BT-18 (naast de BT-10 een oogappeltje van mij).
De BT-10 was de SB-22-81, een DAF B500 DL580 met een oersterk en degelijk BOVA carrosserie. Deze bus was de ex-Metaal nummer 10 en toeval wilde dat deze wagen bij Brouwer verder ging als de BT-10.!
De mooie BT-10 van BOVA
De BT-18 maakte een wat ploffend geluid in de motor wat veroorzaakt werd door een verbrandde inlaatklep. Op een gegeven moment moest deze bus voor de keuring.... een in die tijd een streng instituut! Dit heeft er toe geleid dat de beslissing viel de bus geheel maar op te knappen. Dit hield in geheel nieuwe beplating, een motorrevisie en een interieur opknapbeurt. Na weken er aan te hebben gewerkt, kwam de wagen als een “plaatje” uit de spuiterij weer tevoorschijn. Het oudste beestje zag er weer als nieuw uit.!
De BT-18 was de PB-38-83, een DAF B1500B/Leyland met een fraaie Roset opbouw.
De meeste wagens werden ingezet op het arbeidersvervoer naar Rotterdam. Een aantal bussen werden daarvoor in Rotterdam en Vlaardingen gestationeerd. Betreffende chauffeurs (evenals de arbeiders één van hen) vervoerden de groepen mensen naar onder andere de Vondelingenplaat, de Botlek en Pernis. Daar waren de mensen werkzaam bij verschillende bedrijven.
Als er een bus door een storing uitviel, of een chauffeur had een vrije dag, dan stoomden wij met een bus vanuit Noordwijk naar Rotterdam om de betreffende ritten te maken. Ik reed veelal met de BT-10. Daarnaast maakte ik met het grappige Bedford busje verscheidene ritten vanuit Noordwijk uit naar Moordrecht om de Molukse arbeiders op te halen die veelal in de vatenfabriek van Van Leer werkten.

Een beroerd bericht.....
En zo kwam het dat we op een dag het bericht kregen dat een groep raddraaiers de BT-18 hadden gestolen, en ermee waren gaan rijden. Maar omdat de bestuurder kennelijk te onervaren was raakte hij de macht over het stuur kwijt en belandde met forse snel in de sloot waarbij de bus behoorlijke schade opliep. De bus werd “total-loss” verklaard en daarmee was ons “plaatje” tot de sloop gedegradeerd.!
De stationering van de bussen in Rotterdam- en Vlaardingen betekende evenwel dat de bussen aldaar onderhoud behoefden. In Noordwijk hadden we daarvoor een Mercedes 190D luxe auto waar achter een aanhanger hing met diverse drum gevuld met dieselolie. Verder de nodige motorolie, water, een hand oliepomp, zeepsop en de nodige bezems. Dit geheel vormde ons mobiele onderhoudsstation. Zo werden de bussen aldaar van het noodzakelijke onderhoud voorzien. Verder werden de bussen terplaatste gewassen, uitgeveegd enzovoort. Bij grotere reparaties en/of keuringen werden de bussen naar Noordwijk gehaald.
    De BT-26 was toentertijd de belangrijkste bus

De BT-26 van Ome Nol.....
De BT-26 was een wagen waarmee chauffeur (en alles doender) Nol Simonus “echte” reisjes maakte. Deze bus viel dan ook buiten het arbeidersvervoer.


De BT-26 was een voor die tijd tamelijk moderne bus, een DAF TB160 DD520, de TB-33-95 met een carrosserie van de firma Roset.
Buiten het werk als chauffeur waren we monteur, plaatwerker, spuiter, taxichauffeur, voor de trouwwagens en zelfs voor begrafenissen. Ja zelfs deden we werk als vuurtorenwachter op de vuurtoren in Noordwijk. De wachter aldaar werkte ook als chauffeur voor Brouwer....en als hij afwezig was moesten wij als vuurtoren wachter invallen met een verrekijker de zee afzoeken en bij onraad een bepaald nummer bellen, wat een ervaring.....!
Wat me nog goed bijstaat over het arbeidersvervoer was de enorme drukte op de weg richting Pernis. Vele vervoersondernemingen, zoals onder andere Koopmans, Snel & Co, Vermaat enz. Zo zag het er medio jaren ‘60 van de vorige eeuw uit. Het arbeidersvervoer waar busondernemers hun bestaan veelal aan hadden te danken.!


De BT-26 had een ander type motor dan de rest van de bussen. Ik herinner me nog dat de chauffeur van de bus ‘Ome Nol’ op een gegeven moment naar ons toekwam met de mededeling dat de motor veel trekkracht had verloren. Gezien de kilometerstand betekende dit dat de motor aan een revisie toe was. En...dit gebeurde juist in het drukke seizoen. Snel werd de bus binnengehaald, de cilinderkoppen gedemonteerd zodat die gevlakt konden worden, het carterpan er onder uit, de zuigers demonteren enz. De cilinderbussen werden vervangen, nieuwe lagerschalen, nieuwe zuigers en zo ging het verder. Deze revisie duurde slechts anderhalve dag omdat we moesten wachten op de cilinderkoppen. Nol was weer dolgelukkig en kon weer met zijn pronkstuk op pad.! De in 1959 gebouwde bus werd in 1976 aan de kant gezet wegens de instroom van moderne materieel.
Het gebeurde op een dag dat één van onze mooiste bussen, de BT-27 een vastgelopen motor kreeg ergens in de buurt van Moordrecht.
In Noordwijk hadden we een overjarig takelwagentje, een Dodge uit 1953 met een benzinemotor van het type zijklepper. Om dit wagentje aan de gang te krijgen moest van alles uit de kast worden gehaald. Maar als het “beest” eenmaal draaide dan was de takelwagen tot alles in staat.
Zo konden we de kreupele bus weer naar de garage slepen waar in allerijl een gereed staande gereviseerde motor konden inbouwen.
In de werkplaats stonden meestal een tweetal gereviseerde motoren klaar voor gebruik en konden direct worden ingebouwd. Dus wat reserve motoren achter de hand was bepaald geen luxe.!
De BT-27 was een DAF B1500 DL580, de SB-60-50 met een opbouw van Van Rooijen.

 Op een rij de BT-32, 27 en de 26.


De ex-METAAL bus & andere feiten.....
Tijdens de lege uurtjes bij Brouwer’s Tours kwam het voor om een bus die was aangekocht, aan te pakken. Zoals al geschreven, terzijde stonden een tweetal Büssing bussen die voor reizen naar het buitenland werden gebruikt. Omdat deze bussen een “underfloor”-motor hadden betekende dat er veel problemen waren met de koeling. Dit probleem was zo groot geworden dat de in het motorblok gegoten koelwaterpijp scheurde. Dit werd dan met een dikke in model geklopte koperen plaat met bouten gerepareerd. Deze reparatie bleek slechts voor korte tijd een oplossing te bieden echter het scheuren van de motorblokken bleek een terugkerend feit te zijn. Toen bleek dat er geen oplossing voor dit euvel te bedenken viel werden de bussen terzijde gesteld.



Verder, zoals hierboven al gemeld, stond bij de ingang van het garage terrein een blauw-witte bus met een uiterst lawaaierige Perkins diesel motor. Deze bus stond op de nominatie te worden opgeknapt wat betekende, nieuwe beplating, een nieuw interieur en een Leyland motor inbouwen. Dat laatste onderdeel bracht veel werk met zich mee omdat veel aansluitingen veranderd moesten worden. Omdat het opknappen een ingrijpend karwei bleek te zijn bleef de bus gewoon op z’n plaats staan, zo lang zelfs dat het voor deze König-bus het einde betekende en tot sloop werd veroordeeld.! De bussen in het wagenpark met een König carrosserie waren enigszins zorgenkinderen. De wagens stonden bekend om hun zwakke opbouwen, veel roest enz. Iedere keer als deze bussen voor de keuring moesten worden aangeboden werden alle aangetaste plekken in de beplating en constructie onderhanden genomen om de wagens weer enigszins toonbaar te maken. Desondanks dit terugkerende euvel kwamen de bussen steeds weer glansrijk door de keuring. De BT-König bussen waren de BT-23, PB-90-56, de BT-25, de SB-16-41, de BT-29, de TB-58-41 en de BT-37, de TB-18-91, de laatste kwam helaas niet meer op de weg en werd naar de sloopplaats gezet.!

Ook stond er op het terrein een fraaie mooie maar wat oude ex-Metaal bus, een Van Hool met veel aluminium aan het carrosserie. Op een gegeven moment moesten wij deze bus maar gaan aanpakken wat betekende nieuwe beplating enz.



Zo kwam het dat de “Metaal”-bus werd binnengehaald en een uitgebreide inspectie volgde daarop. De zijbeplating moest worden vervangen, het aluminium front- en achterzijde waren door corrosie aangetast en de rubbers van de kapruiten verteerd. Dus er was werk genoeg aan deze wagen, maar het model leende zich er wel voor, hoewel de middenstijl in de achterruit wat ouderwets aandeed.! Enfin....de beplating werd eraf gesloopt en de bloot gekomen stijlen werden opgeknapt en met een soort scheepslak behandeld. Na dit werk begonnen we met de opbouw, nieuwe beplating, de corrosie in het aluminium behandelen enz. We waren allen enthousiast over de wagen.! Het enthousiasme werd al snel weggenomen toen er een kink in de kabel kwam: van een andere bus was de versnellingsbak defect geraakt waardoor de versnellingsbak van de ex-Metaal bus moest worden verwijderd om de defecte bus weer rijklaar te maken. Zodoende kwam de half opgelapte Metaal bus weer buiten te staan. Ook de motor van deze bus zou worden gedemonteerd maar daarover later meer in dit verhaal. Het betekende overigens wel het einde van deze fraaie bus en werd eveneens als de König tot sloop veroordeeld.!

Verder heb ik, voor zover mijn herinneringen na bijna 40 jaar me niet in de steek laten de volgende bussen meegemaakt: de BT-15, 16, 17, 19, 20, 21, 23, 24, 25, 27, 29 en de 31 t/m 38. Zeker zal ik enkele bussen hebben vergeten vandaar wij een dringend beroep doen op een ieder die ons wil helpen in de vorm van foto’s uit die tijd om dit verhaal completer te maken.

Stuur uw bijdrage dan aan cartabo-1@ziggo.nl Wij zijn u dan zéér dankbaar.!
  De fraaie Buitelaar nummer 27.

 
De “Rock-and-Roll”-bus....
Dat er ingrijpend werk werd gedaan blijkt wel uit het feit dat de “Rock-and-Roll”, een bus met bonte bekleding, in de garage werd binnengehaald. De bus was afgekeurd vanwege het feit dat de dwarsliggers van het carrosserie waren doorgeroest. Dat betekende een ingrijpende klus, het verwijderen van het interieur, de vloer eruit en de dwarsliggers een voor een vervangen. De opbouw van de bus werd opgebokt, de liggers eruit snijden en de nieuwe plaatsen. Dit was overigens een nauwkeurig klusje, maar het lukte wel. Na dit werk werd alles weer opgebouwd en kreeg de bus een nieuw, en wederom een bont gekleurde bekleding zodat de bijnaam van de bus gehandhaafd bleef.



Deze bus was de BT-24, de SB-65-17, een DAF B1500 met net als de BT-18 een Roset carrosserie.

Zo werd er met een handje vol mensen veel werk verricht om de bejaarde bussen nog wat langer op de weg te houden.

Het is leuk weer eens in de herinneringen te graven en terug te kijken naar een tijd waar we alles zelf deden. Oh....die goede oude tijd.! En....laten we ook iets zeggen over het drukke verkeer van destijds. Dat men had begrepen dat het woon- werkverkeer van en naar de Botlek qua verkeer steeds grotere problemen met zich meebrachten, kwamen er ook steeds meer groepsvervoerbussen naar deze industrie. Desondanks stond men lang in de file vooral omdat de aan- en afvoerroute nogal aan de smalle kant was waarin eveneens een brug was gesitueerd die op de meest onmogelijke tijden langdurig openging.

En....in de file staand had je de tijd om een en ander te observeren zoals de oude bussen van onder andere de firma Koopmans, Snel & Co, vreemde voertuigen van bedrijven waar je nog nooit van had gehoord, de donkere Volvo’s van Van Gog en de diverse oude bussen van Vermaat waarop een tweede carrosserie was geplaatst. De oude kenteken nummers beginnende met NB..... en PB.... berieden de ouderdom. Verder weet ik nog dat er een aantal zéér oude bussen van particuliere ondernemers uit alle kanten van Zuid-Holland, Zeeland en Brabant kwamen. Dit waren de dagelijkse realiteiten uit medio zestiger jaren van de vorige eeuw.

Het is bijna veertig jaar geleden dat ik deze zéér helder voor de geest staande herinneringen aan het papier toe te vertrouwen om U een idee te geven hoe het toe ging in die tijd.!|


Leuke anekdoten.......Verder toch nog enkele leuke anekdoten: op een dag moest de BT-10 op de werkput, een krukaslager had de geest gegeven. En....dit gebeurde juist op een moment dat er geen gereviseerde motoren meer voorhanden waren, dus moest er snel een oplossing worden gevonden.! De BT-10 had een DAF-motor van 120 pk. Cees Brouwer ging dus op pad om een goede motor te vinden en kwam na enige tijd terug met een kiepwagen op een DAF-chassis. Deze wagen bleek een goede motor te hebben van 100 pk.! Volgens plan demonteerde we de motor uit de kiepwagen en plaatste we die in de BT-10. Nauw die klus was geklaard...maar ik mocht het spits afbijten en een rit maken naar de Vondelingenplaat in Rotterdam. Wat een tegenvaller..!!!!! Die 100 pk waren niet toereikend voor een 12 meter bus. Het vermogen was te gering om de soortgenoten bij te kunnen houden, uiterst traag en totaal geen trekvermogen. Dus maar weer de garage opzoeken de motor demonteren en terugplaatsen in de kiepwagen zodat die weer terug kon naar zijn oorspronkelijke eigenaar. Maar wat nu.? De “Metaal”-bus stond nog op het terrein, met zijn nieuwe beplating en “tijdelijk” ontdaan van zijn versnellingsbak. Met enige teleurstelling kregen we te horen om uit de “Metaal”-bus de motor te demonteren en die in de BT-10 te plaatsen. Na deze klus reed de “10" weer als vanouds doch voor de “Metaal”-bus was definitief het doek gevallen. Hij kwam voorgoed aan de kant te staan.! Op deze wijze werd het buswagenpark in de vaart gehouden.

De ex-Brouwer 28 staat klaar om naar Suriname te worden verscheept.

De ex-Bouckaert ‘10' kwam in 1966 naar Brouwer’s Tours waar de bus als de BT-21 in dienst kwam. Dit was een Bedford met een benzinemotor met kenteken RB-26-48 met een degelijk BOVA carrosserie. Deze bus was in 1956 gebouwd en werd pas in 1972 terzijde gezet. Ik kan me nog de dagen herinneren dat ik als reserve chauffeur met deze bus diverse ritten van en naar de Botlek mocht maken. Daar dit de enige bus was met een benzine-motor kan ik wel zeggen dat het een genot was om met deze wagen te rijden. De bus trok snel op, de motor maakte weinig lawaai en rook nu eens niet naar diesel.!
Het was ook de enige bus die we gewoon bij een tankstation moesten aftanken omdat de servicewagen onderweg alleen de diesels vanuit drums en handpomp werden bijgetankt. Toch heeft deze bus het 16 jaar uitgehouden een wagen met een opbouw dat deed denken aan de beginjaren 1950.! Opmerkelijk was wel dat deze bus veel minder onderhoud behoefde dan de rest van het wagenpark.
Verder was er de Volvo B657, de BT-15 met een opbouw van Jongerius. Deze bus met een “underfloor”-motor bood ruimte aan 45 passagiers en was sporadisch in Noordwijk te zien. Deze bus werd ingezet op het vervoer van Spaanse gastarbeiders. Vele trips heeft deze bus gemaakt van en naar het Spaanse Malaga totdat de wagen in 1969 werd verkocht aan de firma Snel & Co waar de wagen als de ‘133' in dienst werd gesteld.

Het gebeurde wel eens dat we met spoed naar Vlaardingen moesten. De bussen aldaar stonden aan de haven gestald. Maar als er hoogwater was met de nodige storm kon het gebeuren dat de kade aldaar onder water kwam te staan wat betekende dat de bussen gevaar liepen door het stijgende water. Er op uit dus, op naar Vlaardingen om de bussen naar hoger gelegen plaatsen te brengen. Zulke aangelegenheden brachten altijd wel wat spanning met zich mee.
Zoals eerder in dit verhaal al genoemd keren we terug naar de BT-28, het grappige Bedfordje met neusje. Dit wagentje had een brede opbouw en een smal front. Als chauffeur zat je bijna in het midden van de wagen. Met de motor hadden we een probleem vanwege enorme onderdruk. Om de rook weg te moffelen bouwden we een pijp om de rok aan de onderzijde van de bus af te voeren maar bleek geen goede oplossing. De motor dus maar demonteren. Overmaat lagerschalen, een stukje van de lagerschaalhuizen er af schaven, met alle risico’s van dien, en de zaak weer monteren. Zo gezegd, zo gedaan. De motor werd weer ingebouwd, aangesloten en dan het lang verwachte moment de motor starten. En....buiten alle verwachtingen, het ding draaide als een naaimachine, de onderdruk was verdwenen en het busje kon weer aan het werk voor het halen en brengen van de Molukse arbeiders van en naar Pernis en Moordrecht. Omdat het busje slechts 30 zitplaatsen had is de wagen al na twee jaar dienst weer van de hand gedaan.
In de tijd dat ik met het neus-Bedfordje van Moordrecht naar Pernis v.v. reed was dat in een tijd dat de Molukse gemoederen nog enigszins verhit waren. De treingijzeling lag nog vers in het geheugen. Het was juist het feit dat betreffende groep Molukse arbeiders in een aparte wijk in Moordrecht hun woning hadden. In de bus werd er vaak over de RMS gepraat, soms schreeuwden zij luidkeels allerlei leuzen en er werd vaak gezongen. Ondanks deze wat gespannen sfeer mag ik stellen dat het toch plezierig was deze groep mensen naar de vatenfabriek te vervoeren. Zij straalden een bepaalde warmte uit die ik niet snel zal vergeten.!
De BT-38 op het achterterrein in Noordwijk.


Andere werkzaamheden.......
Een uitstapje was er als ik een dag de werkplaats kier voor wat het was om een dagje met een groep schoolkinderen op pad te gaan naar De Efteling. Meestal deden we dat vervoer met meerdere bussen van andere ondernemers wat betekende een dagje uit voor de kinderen maar ook voor de chauffeurs. Deze ritten betekende wel na afloop met een borstel de bus wassen, de asbakken legen en uitvegen. Motorolie controleren, water bijvullen (koelvloeistof kenden we in die tijd nog niet) en aftanken zodat de wagen weer gereed stond voor de volgende dag.
Een apart onderdeel bij dit bedrijf waren de banden. De banden die wat waren versleten werden met een apparaat opgesneden zodat er weer wat profiel was waarmee weer een aantal maanden kon worden gereden. Voor de rest werd er gewerkt met banden met een nieuw loopvlak die meestal op de voorwielen werden gemonteerd.
Eén opmerkelijk feit staat me nog goed voor de geest. De meeste bussen uit die tijd waren rijkelijk van chroom lijsten- en strippen voorzien. In de loop van de tijd verdween het chroom wat de bussen een wat armoedig uiterlijk gaven.


Zo rond een grote opknapbeurt werd het chroom gedemonteerd en bij een verwerkingsbedrijf van een nieuwe chroomlaag voorzien. Op die wijze gingen de pronkende bussen voor de keuring en konden dan weer een tijdje mee.
De bussen waren in een wijnrode kleur gespoten, afgezet met een donkerrode bies onder de sierlijst waarbij de raampartijen in een crème kleur werden geschilderd. Verder kregen de wagen bijna onderaan de beplating een brede crème bies opgeschilderd. Het oogde voor die tijd fraai, een visitekaartje voor Brouwer’s Tours in Noordwijk.!
Zelfs de eerder genoemde oude takelwagen moest er aan geloven. Jarenlang stond dit werkpaard buiten blootgesteld aan de zoute zeelucht. Dat bracht er ons toe het beestje binnen te halen, hem een grote beurt te geven en natuurlijk een schilderbeurt alla Brouwer’s Tours kleuren. De BT-kleurstelling, waarbij de kraan grijs werd toverde dit wagentje om in een robuust werkpaard dat herkenbaar was aan de firma Brouwer’s Tours in Noordwijk en het oogde perfect.!
Brouwer’s Tours beschikte over een aantal oude verlengde trouw/begrafenis volgauto’s die gezien hun leeftijd van ruim tien jaar het nodige onderhoud behoefden. Deze wagens hadden een zwarte kleur. Een uitspringer was een uit 1957 stammende Chrysler Sedan, eveneens zwart van kleur en eigenlijk niet om aan te zien. Op een gegeven moment werd besloten de wagen in een crème kleur te spuiten. Dus we gingen aan de gang.... een wonder was geschied, het chroomwerk kreeg een beurt, de auto werd op fraaie wijze gespoten en nadat alles weer was opgebouwd leek het alsof deze Amerikaan zo uit de showroom te voorschijn kwam. Zo hielden we het hele wagenpark gaande als een soort uitdaging om het zo mooi mogelijk te doen.
Voor de taxi's beschikten we over een aantal Mercedessen. Een oude 180D, een 190D oud model en twee 190D wagens van een wat recentere datum. Deze twee laatste wagens waren al redelijk op leeftijd en moesten ingrijpende opknapbeurten ondergaan. Nieuwe dorpels, nieuwe zelfgemaakte deurbakken enz. Zo kregen we dan toch een leuk uitziend wagenpark inclusief de oude Vauxhall Velox van opa Brouwer.!

Bart R.

Aanvulling Brouwer’s Tours.
Naar aanleiding van ons verhaal over mijn werk bij Brouwer’s Tours toch weer enige aanvullingen.
Op de eerste plaats kregen we een tijdje geleden, naast de foto’s van Frans Angevaare, ook een aantal fraaie foto’s van ons teamlid Anderé van Zutphen. Deze foto’s vormen een leuke aanvulling.
Verder enige tekeningen van de eerste bussen uit het tijdperk van Brouwer.
Deze tekeningen zijn heel belangrijk omdat we eindelijk wat tastbaar materiaal hebben om even terug te kijken naar de tijd van toen, de tijd van opa Brouwer.

Blijf insturen wij zullen alles op nemen en we kunnen al meedelen dat de familie Brouwer erg blij is met deze geschiedenis op internet.



Tweede aanvulling Brouwer’s Tours.
Een tweede aanvulling bereikte ons. Broer Brouwer had een reisbureau annex touringcar onderneming in Lisse. Deze tak Brouwer had niet veel bussen maar onder de naam Het Centrum waren het over het algemeen nieuwe bussen die er altijd in showroom staat uitzagen. André van Zutphen stuurde ons enige tijd geleden een aantal foto’s van deze bussen die wij u natuurlijk niet willen onthouden.

Bart R.

KLIK HIER om de aanvullende foto’s te zien uit het geweldige archief van A.D.van Zutphen.

Nawoord......
Mocht dit verhaal U hebben aangesproken, heeft U in die tijd dezelfde ervaringen hebben opgedaan, schroom dan niet dit naar ons op te sturen. Ook zijn we benieuwd naar ervaringen van chauffeurs, monteurs, plaatwerkers van bijvoorbeeld van bedrijven als Vermaat, Van Gog, Snel & Co en Koopmans. Aan de hand van die aanvullingen kunnen we dit plaatje van toen alleen maar beter aanvullen.
U kunt alles kwijt door uw bijdrage te sturen aan cartabo-1@ziggo.nl


Het team van Het Autobusarchief zit er voor klaar en zal al uw inzendingen zorgvuldig opnemen.
Bij voorbaat hartelijk dank voor de te nemen moeite.
Jack van Nieuwenhuizen.


KLIK HIER voor een leuke aanvulling.

Aanvulling:


Beste mensen,
Soms duren wonderen wat langer maar komen toch wel eens uit. In het verhaal over Brouwer's Tours komen we een tekening tegen van een Dodge (?) als de BT nummer 1. Ik persoonlijk heb daar nooit een foto van gezien. Maar.... Jack van Nieuwenhuizen wist een oude foto van wijlen Jan Voerman te vinden handelend over de NZH-186. Maar bij bestudering van de foto zijn we er achter gekomen dat achter de NZH-186 inderdaad de P.Brouwer's nummer 1 staat afgebeeld. Dit is weel unieke ontdekking die beslist in het verhaal thuishoort. We hebben van betreffend busje een vergroting gemaakt, hoewel de kwaliteit wat achteruit is gelopen, zodat we toch de wagen beter kunnen bekijken. Ook zien we de bedrijfsnaam aan de zijkant van de bus opdoemen.


Zo zien we maar weer, met veel geduld duiken er toch steeds weer leuke zaken op die de geschiedenis steeds weer een beetje verder op weg helpen.

Groetjes,
Bart R. & Jack van Nieuwenhuizen.

KLIK HIER voor een wagenparklijst.
KLIK HIER voor de BT-8, een benzine Bedford bus.
KLIK HIER voor een kort overzicht over de Gebr. Buitelaar.


De Metaal bus, wie en wat.?
Onze speurtocht naar de geschiedenis van Brouwer's Tour werpt soms vruchten af. We vonden een foto van een Van Hool bus met een grote gelijkenis van de wagen waarover we (zie hieronder) aan de hand van herinneringen hebben geschreven.
Wellicht zal het bezoekers inspireren hun herinneringen aan ons toe te vertrouwen, wie helpt ons verder.?

Zo kwam het dat de “Metaal”-bus werd binnengehaald en een uitgebreide inspectie volgde daarop. De zijbeplating moest worden vervangen, het aluminium front- en achterzijde waren door corrosie aangetast en de rubbers van de kapruiten verteerd. Dus er was werk genoeg aan deze wagen, maar het model leende zich er wel voor, hoewel de middenstijl in de achterruit wat ouderwets aandeed.! Enfin....de beplating werd eraf gesloopt en de bloot gekomen stijlen werden opgeknapt en met een soort scheepslak behandeld. Na dit werk begonnen we met de opbouw, nieuwe beplating, de corrosie in het aluminium behandelen enz. We waren allen enthousiast over de wagen.! Het enthousiasme werd al snel weggenomen toen er een kink in de kabel kwam: van een andere bus was de versnellingsbak defect geraakt waardoor de versnellingsbak van de ex-Metaal bus moest worden verwijderd om de defecte bus weer rijklaar te maken. Zodoende kwam de half opgelapte Metaal bus weer buiten te staan. Ook de motor van deze bus zou worden gedemonteerd maar daarover later meer in dit verhaal. Het betekende overigens wel het einde van deze fraaie bus en werd eveneens als de König tot sloop veroordeeld.!
De “Metaal”-bus was de BT-35, de SB-68-63, een DAF B1500 DL580, een Van Hool Hentocar die bij Metaal onder het parknummer ‘16' reed.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten